Redactie: Erik Dams en Marc van Oostendorp; uitgave: Genootschap Onze Taal
- Stiltonkaas mag van de EU voortaan niet meer in Stilton worden gemaakt.
(Bron: Welingelichte kringen)
- In april 2010 begint de Hogeschool van Amsterdam met een minor (cursuspakket) srananistiek.
(Bron: Radio Nederland Wereldomroep)
- Bij uitgeverij Pegasus zijn onlangs de eerste grote woordenboeken Pools-Nederlands en Nederlands-Pools verschenen.
(Bron: Taalunieversum)
In Zuid-Amerika zijn onlangs skeletten gevonden van een tot nu toe onbekende dinosaurussoort, de Tawa hallae; het gaat om een carnivorische dinosaurus. Of is het een carnivore dinosaurus? Welk bijvoeglijk naamwoord moet je hier gebruiken?
Bij het zelfstandig naamwoord carnivoor hoort het bijvoeglijk naamwoord carnivoor. In de praktijk komt carnivorisch soms ook wel voor, maar de woordenboeken noemen alleen de vorm op -voor als bijvoeglijk naamwoord, dus carnivoor, omnivoor, herbivoor, etc.
Overigens is dat in Van Dale enigszins impliciet opgenomen: bij carnivoor wordt alleen gezegd dat het een zelfstandig naamwoord is, maar bij het achtervoegsel -voor staat dat met dit achtervoegsel bijvoeglijke naamwoorden kunnen worden gemaakt die '...-etend' betekenen. Daarbij staan als voorbeelden: carnivoor, herbivoor, insectivoor en omnivoor. Andere woordenboeken, zoals dat van Prisma, noemen carnivoor wél onomwonden een zelfstandig én een bijvoeglijk naamwoord.
De website van het literaire tijdschrift Tirade biedt sinds enige tijd iedere maand plaats aan een 'gastweblogger'. Deze maand is dat de poëziecriticus en essayist Guus Middag, die zich onder andere buigt over de vraag waarom Nederlandse middenstanders in hun winkel een klok hebben hangen. Volgens Middag is dat om er rond twaalf uur op te kunnen kijken, en hij vindt daarvoor bevestiging in de recente roman Zoete mond van Thomas Rosenboom:
"Na drie weken had hij nog met niemand gepraat, maar in de winkels begon men hem allengs te herkennen, daarna te groeten, en toen richtte de slager de vaste middenstandsgrap voor de eerste keer ook tot hem:
'Goedemorgen ...' - een snelle blik op de klok – 'o nee: middag!'"
Guus Middag legt bovendien uit dat er "binnen het genre van het stijve grapje heel wat extra mogelijkheden" zijn voor iemand met zijn achternaam.